Bedrijfsmiddelen afschrijven

Wanneer je start als zelfstandig ondernemer is de kans groot dat je eerst aanzienlijk wat kosten moet maken. Denk aan een computer, bureau of andere grotere uitgaves die je nodig hebt als ondernemer. Misschien moet je zelfs machines aanschaffen. Soms kun je deze kenmerken als investeringen, in dat geval ga je bedrijfsmiddelen afschrijven. Dat betekent dat je deze zakelijke kosten gaat aftrekken van de winst die je maakt, waardoor je uiteindelijk minder belasting betaalt. In dit artikel lees je wat bedrijfsmiddelen precies zijn en hoe je deze kunt afschrijven.

Bedrijfsmiddelen afschrijvenOm je werkzaamheden te kunnen uitoefenen krijg je te maken met verschillende kosten. Het verschil tussen gewone bedrijfskosten, zoals voorraden of de aanschaf van kleine kantoorbenodigdheden, en investeringen zit in de waarde en de levensduur van hetgene wat je aanschaft. De Belastingdienst ziet iets pas als een investering als het bedrijfsmiddel een waarde heeft van meer dan €450 exclusief btw. Bovendien moet het product langer dan een jaar meegaan. Schaf je een printer aan van €200, dan zijn dit kosten. Koop je een laptop voor €1000, dan is dit een investering.

Kosten versus investeringen

Maak je kosten voor je bedrijf, dan mag je die bij de aangifte inkomstenbelasting van je winst aftrekken in het jaar waarin je het product hebt gekocht. In het geval van de printer trek je die €200 af van de winst van dat jaar. Bij investeringen werkt dit anders. Deze kosten verspreid je over meerdere jaren. Dit principe wordt ook wel afschrijven genoemd. In de financiële administratie reserveer je elk jaar een deel van je winst voor het moment dat het bedrijfsmiddel in kwestie vervangen moet worden. De reservering trek je jaarlijks van je winst af. Hoeveel je afschrijft is afhankelijk van de levensduur. Bij een laptop is dit dus vijf jaar, maar een bedrijfspand schrijf je over flink wat meer jaren af.

Afschrijving berekenen

Omdat bedrijfsmiddelen meerdere jaren meegaan, mag je zoals eerder aangegeven niet alle kosten aftrekken in het jaar van aanschaf (of het jaar dat je het in gebruik neemt). De meest gebruikte manier om de afschrijving te berekenen is de lineaire methode. Hierbij hanteer je de volgende formule: aanschafkosten min de restwaarde, gedeeld door de levensduur. We nemen de laptop weer even als voorbeeld. De levensduur zetten we op het vereiste minimum van vijf jaar een de restwaarde na vijf jaar schatten we op nul. De rekensom is dan als volgt: €1000 – €0 / 5 = €200 per jaar afschrijving.

Ben je een startende ondernemer, dan heb je iets meer vrijheden. Zo heb je de optie om willekeurig af te schrijven. Concreet houdt dit in dat je zelf bepaalt wanneer je de totale afschrijvingskosten aftrekt. Verdien je bijvoorbeeld veel in het eerste jaar en wil je zo min mogelijk belasting betalen, dan kun je ervoor kiezen om de laptop in dat jaar volledig af te schrijven. Maar je kunt er ook voor kiezen om dit in bijvoorbeeld twee of drie jaar te doen. Zolang je recht hebt op startersaftrek mag je gebruikmaken van de mogelijkheid om willekeurig af te schrijven.

Investeringsaftrek

Ook heb je als ondernemer in sommige gevallen recht op een investeringsaftrek. Dit is een bedrag dat je kunt aftrekken van de winst wanneer je in bedrijfsmiddelen hebt geïnvesteerd. Deze investeringsaftrek komt bovenop de mogelijkheid van het bedrijfsmiddelen afschrijven. Het is een extra stimulans vanuit de overheid zodat ondernemers eerder geneigd zijn om extra geld in hun bedrijf te steken.

In Nederland kun je in aanmerking komen voor drie soorten investeringsaftrek, te weten de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek. In de praktijk zal je als zelfstandige de meeste kans hebben op een kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. De hoogte van dit bedrag wordt, net als bij de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek, per jaar vastgesteld. Het bedrag waarmee de winst wordt verlaagd is hierbij afhankelijk van de hoogte van jouw investering, maar het kan al snel duizenden euro’s schelen.