42 procent zzp’ers heeft minder dan drie maanden zicht op werk
Van de Nederlandse zzp’ers heeft 42 procent minder dan drie maanden zicht op werk of omzet. Toch zegt 77 procent van deze groep dat er doorgaans veel vraag is naar het eigen werk. Een korte werkvoorraad betekent dus niet automatisch dat een ondernemer moeilijk opdrachten vindt.
Starters kijken minder ver vooruit
Vooral startende ondernemers hebben weinig zekerheid over toekomstige opdrachten. Van de zzp’ers die korter dan een jaar actief zijn, heeft 55 procent minder dan drie maanden zicht op werk of omzet. Onder ondernemers met meer dan tien jaar ervaring is dit 37 procent. Dat blijkt uit het Uurtarievenonderzoek 2026 van Knab.
Het verschil in vraag naar diensten is veel kleiner. Van de starters ervaart 82 procent veel vraag. Bij ondernemers met meer dan tien jaar ervaring ligt dit tussen 82 en 83 procent. Starters combineren hun bedrijf ook vaker met loondienst. Dit geldt voor 34 procent van de zzp’ers die minder dan een jaar actief zijn. Onder ervaren ondernemers is dit 12 tot 13 procent.
Starters combineren hun bedrijf vaker met loondienst.
Soort werk bepaalt werkvoorraad
De lengte van de werkvoorraad hangt sterk samen met het soort opdrachten. Ondernemers die korte klussen uitvoeren, weten vaak pas kort van tevoren welke klanten zich melden. Een interimmanager kan met één lang project juist voor meerdere maanden werk hebben.
Elektriciens zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. In het onderzoek heeft 64 procent minder dan drie maanden zicht op werk of omzet. Toch ervaart 93 procent veel vraag naar het eigen werk.
Vaak meerdere klanten
Voor de analyse gebruikte Knab ook cijfers uit de Zelfstandigen Enquête Arbeid 2025 van het CBS en TNO. Daaruit blijkt dat 73 procent van de dienstverlenende zzp’ers in één jaar minimaal vier klanten had. Slechts 6 procent werkte voor één klant.
Meerdere klanten voorkomen niet altijd dat een ondernemer sterk afhankelijk is van één opdrachtgever. Bij ongeveer een kwart van de dienstverlenende zzp’ers levert de grootste klant minstens 60 procent van de jaaromzet op.
Voor kwart van de dienstverlenende zzp’ers levert de grootste klant minstens 60 procent van de jaaromzet op.
Verschillen tussen sectoren
Zzp’ers in finance hebben gemiddeld het meeste zicht op toekomstig werk. Zij kunnen gemiddeld 6,3 maanden vooruitkijken. Van deze ondernemers ervaart 82 procent veel vraag. In de bouw bedraagt de gemiddelde werkvoorraad 4,6 maanden. Daar ervaart 87 procent veel vraag. Zzp’ers in ICT hebben gemiddeld 4,4 maanden zicht op werk en omzet.
De werkvoorraad is het kortst in media en communicatie. Ondernemers in deze sector kunnen gemiddeld 2,8 maanden vooruitkijken. In de persoonlijke dienstverlening is dit 3,2 maanden. Ook binnen sectoren bestaan grote verschillen. Boekhouders hebben gemiddeld elf maanden zicht op werk. Fotografen, grafisch ontwerpers en vertalers komen gemiddeld uit op drie maanden.
Wekelijks gemiddeld 28,5 uur declarabel
Zzp’ers die minimaal een jaar ondernemen en geen baan in loondienst hebben, werken gemiddeld 34,6 uur per week. Daarvan zijn gemiddeld 28,5 uur declarabel of direct gericht op omzet.
De overige tijd kan onder meer opgaan aan administratie, acquisitie en het opdoen van extra kennis. In ICT is 88 procent van de gewerkte tijd direct gericht op omzet. In media is dit 76 procent en in de persoonlijke dienstverlening 69 procent.
Vertrouwen in eigen onderneming
Van de ondervraagde zzp’ers is 86 procent positief over de eigen onderneming. Over de toekomst van zelfstandig ondernemerschap in Nederland is 48 procent positief. Daarnaast maakt 52 procent zich zorgen over wet- en regelgeving.
Het kabinet werkt aan nieuwe regels voor zelfstandigen. Knab stelt dat het aantal klanten, de omzetverdeling en de werkvoorraad elk een ander deel van een onderneming laten zien. Bij de beoordeling van een arbeidsrelatie telt ook hoe iemand binnen een opdracht werkt.
Vond je dit nuttig?
Reacties