menu

Personeel: een last of een lust

Een nette manier om een ondernemer veel kopzorgen toe te wensen en om zijn aandacht af te moeten leiden van de onderneming is de aloude Joodse verwensing: “ik wens U veel personeel toe”. Ben je dus aan de goden overgeleverd wanneer je een personeel in dienst neemt of kun jij je dan eindelijk gaan gedragen als een echte directeur?

Wanneer je de onderneming in je eentje vormt en voert, is het gemakkelijk om alle processen te beheersen en de kwaliteit die je wenst te leveren. Bij het aannemen van een of meerdere werknemers begint hierbij dus wel het gedonder, want je moet gaan duidelijk maken wat jij belangrijk vindt en welke doelstellingen je hebt. 

Oei! Doelstellingen, die hebben de meeste ondernemingen niet echt, dus dat is al probleem nummer één. Tja, groeien willen wij allemaal en misschien heb je wel een prognose gemaakt, maar het updaten van het ondernemersplan is er vaak niet bij, laat staan dat je hebt nagedacht waar jij met de onderneming wilt zijn over bijvoorbeeld vijf of tien jaar.

Wanneer je deze hobbel hebt genomen, krijg je te maken met de wet en regelgeving. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de Arbowet. Je moet bedrijfshulpverlening hebben geregeld, de werknemer(s) attent maken op de veiligheidsvoorschriften en zorgen voor een veilige werkplek. Allemaal zaken die meteen gaan spelen bij de eerste werknemer en nog ingewikkelder worden bij meer dan 50 werknemers. Oftewel een lastenverzwaring die hopelijk opweegt tegen de lusten die hiermee gepaard gaan. Mocht je overigens zoveel werknemers in dienst hebben, dan krijg je ook nog eens te maken met de wet op de ondernemingsraden en moet je dus inspraak dulden. Ben je dan nog wel baas over je eigen onderneming?

Een andere last die de ondernemer treft bij het aannemen van personeel is van administratieve aard. Mondeling kun je afspreken dat de werknemer arbeid komt verrichten en dat jij hem gaat betalen. Wanneer de betaling plaatsvindt, welke werkzaamheden, hoeveel vakantiedagen per jaar de werknemer meer krijgt dan wettelijk voorgeschreven, het percentage vakantiegeld, de ontbinding van de overeenkomst enzovoort moet helaas allemaal schriftelijk gaan gebeuren.

Op het internet staan tientallen verschillende documenten die hierin voorzien, de een nog beter dan de andere. Wat beter is, volgens mij een duidelijke, simpele overeenkomst die door allebei de partijen begrepen wordt en niet doorspekt is van allerlei juridische termen en het liefst nog op een A4-tje past (hetgeen vaak niet lukt omdat de ondertekening ook nog ruimte inneemt en hierdoor al snel 2 velletjes wordt). Om te voorkomen dat de overeenkomst tussentijds moet worden aangepast is het altijd slim om te verwijzen naar een kantoorhandboek of huishoudreglement. Dit kun je vaak zelf aanpassen zonder dat toestemming van de werknemer nodig is, maar dat terzijde.

De werknemer heeft getekend en dan begint ook weer het gedonder. Je moet vaststellen dat de persoon die je voor je hebt ook daadwerkelijk die persoon is, met andere woorden de vertrouwensrelatie wordt direct op de proef gesteld door te vragen naar zijn identiteitsbewijs. Aan de hand van deze gegevens moeten allerlei instanties op de hoogte worden gebracht, hetgeen per 1 januari 2006 middels een EersteDagsMelding (EDM) gebeurt richting belastingdienst en bedrijfsvereniging. Jammer dat de pensioenverzekeraars en andere instanties hieraan nog niet deelnemen, want dan kon je ook meteen de aanbieding per email ontvangen over de verhoging of uitbreiding van de verzekeringen en nu moet je daar weer zelf aan denken.

Dacht je eindelijk dat alles geregeld is, is er nog iets met de belastingdienst. Maar hierover een volgende keer meer. Bezint eer ge begint is een ander spreekwoord en lijkt mij wel hier op zijn plaats. Een personeelslid moet dus behoorlijk wat opbrengen voordat deze inderdaad een lust wordt. Dit berichtje is hiermee misschien wat bangmakerij. Dat het echter aan de andere kant weer grote voordelen kan brengen, vertel ik graag in mijn volgende bericht. To be continued!

Verder lezen

Reacties