menu

Omzetbelasting en BTW

De meeste ondernemers moeten over alle diensten en producten omzetbelasting rekenen. Consumenten noemen dit meestal btw en dit is gewoonlijk 21 procent van het verkoopbedrag. Het totaal wat aan omzetbelasting is binnengekomen en is uitgegeven moet periodiek naar de belastingdienst worden doorgegeven. Hoe regelen ondernemers de omzetbelastingaangifte en hoe maak je deze berekeningen? 

Omzetbelasting BTW

Elke ondernemer moet, met uitzondering van enkele sectoren die zijn vrijgesteld van omzetbelasting, omzetbelasting rekenen over zijn producten en diensten. Dit noemt hij los op alle facturen en rekeningen. Als een ondernemer zelf iets koopt betaalt hij, net als consumenten, omzetbelasting (btw). Deze totalen geeft hij periodiek door aan de belastingdienst.

Omzetbelasting berekenen

Zodra de onderneming bij de belastingdienst bekend is krijgt deze periodiek een verzoek tot het aangeven van de omzetbelasting die digitaal moet worden verzonden. Ondernemers noemen dit ook wel btw-aangifte doen. Gewoonlijk versturen ondernemers elk kwartaal de aangifte omzetbelasting. Ondernemers die vaak te laat zijn of hogere bedragen aan omzetbelasting ontvangen, moeten dit soms per maand doorgeven.

Via deze belastingaangifte kan de ondernemer aangeven hoeveel omzetbelasting is ontvangen en hoeveel er is uitgegeven aan btw. Het verschil moet naar de belastingdienst worden overgemaakt, of wordt door de belastingdienst teruggestort.

Omdat de btw telkens los genoemd staat op elke factuur, is de omzetbelasting gemakkelijk bij te houden en zijn totalen gemakkelijk te berekenen. Boekhoudsoftware regelt dit meestal automatisch. Maak je geen gebruik van boekhoudprogramma’s dan dien je dit zelf te berekenen. Soms kun je via het boekhoudprogramma ook de omzetbelastingaangifte versturen.

Aangifte omzetbelasting versturen

Soms kun je de berekeningen van het boekhoudprogramma ook via deze software doorgeven aan de belastingdienst. Indien dit niet het geval is dan kun je via de site van de belastingdienst een digitale aangifteformulier (vragenlijst) vinden waarop je zelf de getallen door kunt geven. De eerste omzetbelastingaangifte kan voor ondernemers even spannend zijn, aangezien niet alle velden even uitgebreid worden uitgelegd. Indien je de eerste aangifte samen doet met een ondernemer of boekhouder die dit eerder heeft gedaan zul je merken dat het eigenlijk niet heel lastig is.

De meeste ondernemers raken er op den duur vrij bedreven in al kan het ook voor ervaren ondernemers een lastig klusje zijn. De omzetbelastingaangifte kan complexer worden indien er ook veel buitenlandse betalingen zijn geweest, er met verschillende btw-tarieven wordt gewerkt en delen van de omzet zonder btw waren, of indien er bij uitzondering ook met verlegde btw wordt gewerkt.

Omzetbelastingpercentage

omzetbelasting
Voorbeeld van omzetbelasting

Op alle diensten en producten die verkocht worden aan een Nederlands persoon of organisatie dient de ondernemer omzetbelasting te rekenen, bovenop zijn eigen tarief.

Gewoonlijk is dit 21% maar in sommige gevallen zoals eten en drinken (geen alcoholische dranken), geneesmiddelen, literatuur, cultuur en vervoer kan dit 9% zijn. Deze belasting staat dan tijdelijk op de rekening van de ondernemer maar moet periodiek worden overgemaakt naar de belastingdienst. Soms zijn er zelfs uitzonderingen mogelijk zonder btw of met verlegde btw. Zie hiervoor de site van de belastingdienst.

Vrijgesteld van omzetbelasting

Soms hoeft er geen omzetbelasting gerekend te worden over de levering van diensten of producten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij onroerende zaken, kinderopvang en kansspelen. Voor een complete lijst van de vrijstellingen ga je naar de website van de Belastingdienst.

Kleine ondernemers-regeling

Ondernemers met een lage winst kunnen soms vrijgesteld worden van het afdragen van de btw. Dit heet de kleine-ondernemers-regeling (KOR-regeling). In het kort houdt deze in dat indien de ondernemer niet meer dan grofweg tienduizend euro winst heeft gemaakt hij het verschil in btw (deels) mag houden. Hij hoeft deze belasting dan niet af te dragen.

Deze regeling is alleen van toepassing als na aftrek van de voorbelasting (al betaalde btw door kosten die de ondernemer in dit jaar gemaakt heeft) de verschuldigde btw lager is dan 1345. Hij mag deze 1345 euro aan btw dan houden en dit wordt opgeteld bij zijn inkomen.

Er moet dus wel inkomstenbelasting over betaald worden. Tussen de 1345 en 1883 is een tussenregel. Is het verschil groter dan 1883 euro dan moet de ondernemer het verschil tussen ontvangen en uitgegeven btw belasting gewoon periodiek (normaal gesproken in de eerste maand na elk kwartaal) overmaken naar de Belastingdienst.