Omzet belasting BTW

Elke ondernemer moet (met uitzondering van enkele sectoren; zie “vrijgesteld van omzet belasting”) over elk van zijn diensten en producten BTW rekenen. Dit is meestal 21% bovenop het bedrag waarvoor hij het zelf verkoopt. Dit bedrag moet periodiek naar de belastingdienst worden overgemaakt. Gewoonlijk is dit per kwartaal.

Zodra de onderneming bij de belastingdienst bekend is krijgt deze periodiek een belasting aanslag welke hij per internet kan invoeren. Door middel van deze belasting aanslag kan de ondernemer aangeven hoeveel BTW belasting is ontvangen en hoeveel er is uitgegeven aan BTW belasting. Het verschil moet naar de belastingdienst worden overgemaakt, of wordt door de belastingdienst teruggestort.

BTW belasting percentage
Op alle diensten en producten die verkocht worden aan een Nederlands persoon of organisatie dient de ondernemer een percentage extra te rekenen in verband met de belasting. Gewoonlijk is dit 21% maar in sommige gevallen zoals eten en drinken (geen alcoholische dranken), geneesmiddelen, literatuur, cultuur en vervoer kan dit 6% zijn. Deze belasting staat dan tijdelijk bij de ondernemer maar moet aan het einde van het kwartaal worden afgedragen.

Omgekeerd is dit hetzelfde. Op alle producten en diensten die worden aangeschaft zit standaard 21% belasting. Deze bedragen worden van de omzet afgehaald. Indien er dan verlies is gemaakt zal de belastingdienst het verschil in BTW terugstorten.

Vrijgesteld van omzet belasting
In een aantal gevallen hoeft er geen BTW gerekend te worden over de levering van diensten of producten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij onroerende zaken, kinderopvang en kansspelen. Voor een complete lijst van de vrijstellingen ga je naar de website van de Belastingdienst.

Kleine ondernemers regeling
Ondernemers met een lage winst kunnen soms vrijgesteld worden van het afdragen van de BTW belasting. Dit heet de kleine-ondernemers-regeling (KOR-regeling). In het kort houdt deze in dat indien de ondernemer niet meer dan grofweg tienduizend euro winst heeft gemaakt hij het verschil in BTW (deels) mag houden. Hij hoeft deze belasting dan niet af te dragen.

Deze regeling is alleen van toepassing als na aftrek van de voorbelasting (al betaalde BTW door kosten die de ondernemer in dit jaar gemaakt heeft) de verschuldigde BTW lager is dan 1345. Hij mag deze 1345 euro aan BTW dan houden en dit wordt opgeteld bij zijn inkomen. Er moet dus wel inkomsten belasting over betaald worden. Tussen de 1345 en 1883 is een tussenregel. Is het verschil groter dan 1883 euro dan moet de ondernemer het verschil tussen ontvangen en uitgegeven BTW belasting gewoon periodiek (normaal gesproken in de eerste maand na elk kwartaal) overmaken naar de Belastingdienst.